warmtenet
van eerste tot vierde generatie
​​
Als sinds de 19e eeuw wordt er gebruik gemaakt van restwarmte van de industrie om in de collectieve warmtevraag van woningen te voorzien. Sindsdien is de omvang, efficiëntie en veiligheid van warmtelevering natuurlijk toegenomen.

Anders dan we spontaan zouden denken, werden de
eerste generatie warmtenetten niet eerst in de Sovjet-Unie, maar in de Verenigde Staten geïntroduceerd in de jaren 80 van de 19e eeuw. Deze warmtenetten werkten met stoom op hoge druk en gaven hun warmte af aan radiatoren bij het condenseren van de stoom naar water. Efficiënt kon je het systeem niet noemen en zonder gevaar was het evenmin. Incidenten met dodelijke afloop zorgden ervoor dat stoom in onbruik raakte.

Tweede generatie warmtenetten (periode 1930-1980) werkten met water op hoge temperatuur. Bovendien werd de warmtekrachtkoppeling in die periode geïntroduceerd, waardoor met minder brandstof efficiënter zowel warmte als elektriciteit gemaakt kon worden.

Zowel bij de eerste als de tweede generatie warmtenetten werden leidingen gelegd in betonnen kokers. In de
derde generatie warmtenetten maakt men gebruik van voorgeïsoleerde leidingen die direct in de grond worden gelegd. Derde generatie warmtenetten maken vaak gebruik van water tot 100°C als warmtedrager. Na de oliecrisis van de jaren 70, wilden steden en warmtebedrijven nog meer gebruik maken van WKKs (warmte kracht koppeling) en olie als bron vervangen door andere aanwezige warmtebronnen, zoals afval en biomassa. Het grootste deel van de bestaande warmtenetten behoort tot deze derde generatie. ​​
​​

De wens om duurzame warmtebronnen zoals stedelijke restwarmte en warmte van de aarde of zon te gebruiken voor de warmtevoorziening, stimuleert de verlaging van de temperatuur in het warmtenet. De evolutie naar een net met verschillende en meer duurzame energiebronnen wordt aangeduid als vierde generatie. Door de steeds strengere regels voor energiezuinigheid, wordt het isolatiepeil van gebouwen steeds beter. Daardoor neemt de vraag naar warmte af.

De duurzaamheidseisen stimuleren dus de ontwikkeling van de
vierde generatie warmtenetten op lage temperatuur. De traditionele top-down benadering waar één centrale warmtebron een heel net voedt, biedt geen oplossing meer. In deze vierde generatie netten zijn er veel verschillende kleine warmtebronnen met elk hun eigen eigenschappen. Warmte uitwisseling tussen de warmtebronnen en het net en zelfs tussen gebruikers onderling wordt echt maatwerk. En dat is het resultaat dat we in het warmtenet van Kortrijk willen bereiken.

​​